vrijdag 13 maart 2015

Bedrijfsleven, overheden en kennisinstellingen richten Lectoraat Circular Plastics op

Er is een sterke groei in Nederland van inzameling van kunststof verpakkingsafval voor recycling: 8 kilo per persoon per jaar. Meer innovatie en onderzoek is nodig.

Het eerste lectoraat op het gebied van hergebruik van kunststof is opgericht. Het Lectoraat Circular Plastics stimuleert de ontwikkeling van kennis over de toepassingsmogelijkheden van kunststof verpakkingsafval. De sterke groei van inzameling en recycling van kunststof sinds 2008 onderstreept de noodzaak van meer innovatie en onderzoek. Een samenwerking van de drie Friese hogescholen en het Afvalfonds Verpakkingen namens het verpakkende bedrijfsleven heeft geleid tot dit lectoraat. De provinsje Fryslân en de gemeente Leeuwarden steunen het initiatief.

Nederland heeft de inzameling en recycling van kunststof op een hoog niveau gebracht. Sinds de introductie in 2008 van het Plastic Heroes systeem voor de inzameling en recycling van kunststof verpakkingsmateriaal van huishoudens, is de inzameling gestegen van 0 in 2008 tot 130 kiloton in 2014. Dit komt neer op 8 kilo per persoon per jaar. De verwachting is dat deze groei zal doorzetten. Isabelle Diks, wethouder duurzame ontwikkeling in Leeuwarden: “Om de groei van de inzameling van kunststof verpakkingsafval in goede banen te kunnen leiden en zoveel en zo hoogwaardig mogelijk te kunnen recyclen, is meer innovatie en onderzoek over de toepassingsmogelijkheden nodig. De gemeente Leeuwarden is verheugd dat ervoor is gekozen om het Lectoraat hier te vestigen.”

Recyclingindustrie heeft behoefte aan toegepast onderzoek

Er is veel ruimte voor uitbreiding en technologische verbetering van sorteer- en recyclingprocessen. Het aantal toepassingen van gerecyclede kunststoffen is nog beperkt en er moet nog veel onderzoek worden gedaan naar de toepassingen daarvan. Verbetering van de kwaliteit en eigenschappen van de gerecyclede kunststoffen creëert meer waarde en levert een bijdrage aan de verduurzaming van kringlopen.Willem Smink, Voorzitter College van Bestuur NHL: “Voor het analyseren en het optimaliseren van processen om kunststoffen optimaal te scheiden en te recyclen is nog veel applicatiegericht onderzoek nodig. Hogescholen zijn bij uitstek de partijen voor het uitvoeren van toegepast onderzoek. De regionale kennisinstellingen – NHL Hogeschool, Stenden Hogeschool en Hogeschool Van Hall Larenstein – kunnen vanuit diverse disciplines een belangrijke bijdrage aan het onderzoek leveren”. Doel is het Lectoraat per 1 april te starten met de ontwikkeling van het programma, dat in het studiejaar 2015-2016 van start kan gaan.

Proces naar duurzaam grondstoffenbeheer versnellen en faciliteren

Het lectoraat sluit aan bij andere landelijke initiatieven zoals het Kennisinstituut Duurzaam Verpakken om te komen tot het beperken van grondstofgebruik en het sluiten van de ketens. De scheiding en recycling van kunststof verpakkingen is sinds het afsluiten van de Raamovereenkomst Verpakkingen in 2008 in Nederland pas echt van de grond gekomen. Bedrijfsleven en overheid willen dat in 2017 52% van al het kunststof verpakkingsmateriaal dat op de markt wordt gebracht, wordt gerecycled. In 2012 was dat 42%. Cees de Mol van Otterloo, directeur van het Afvalfonds Verpakkingen: “Om daadwerkelijk te komen tot een gesloten kringloop en bij te dragen aan de transitie naar een circulaire economie is het nodig dat overheden, bedrijfsleven en kennisinstellingen meer met elkaar gaan samenwerken. Met de oprichting van het Lectoraat hopen wij hieraan bij te dragen”.

In navolging van het rijk en de EU, wil de provinsje Fryslân het noodzakelijke transitieproces naar duurzaam grondstoffenbeheer versnellen en faciliteren. De provinsje Fryslân heeft de Friese Grondstoffenagenda opgesteld en is diverse projecten gestart. Hans Konst, gedeputeerde van de provinsje Fryslân: “Door het efficiënt terugbrengen van grondstoffen in de keten kunnen we onze afhankelijkheid van import verkleinen, nieuwe businesskansen creëren, Friesland een aantrekkelijke plaats maken voor industriële investeringen en kunnen Friese bedrijven hun innovatiekracht versterken en vermarkten met positieve gevolgen voor de regionale werkgelegenheid”.