De grondstof voor de meeste kunststoffen is aardolie. Aardolie kan door raffineren en kraken worden omgezet in brandstoffen en grondstoffen. Bij lage temperatuur en druk kan men er vluchtige stoffen als benzine en nafta uit destilleren. De onderdelen die na een gang door de kraakinstallatie van nafta overblijven (monomeren zoals etheen, propeen en butadieen) kunnen verder worden omgezet in synthetische polymeren. Synthetische polymeren zijn lange koolstofketens die de verschillende kunststoffen vormen zoals polystyreen of polyethyleen.
Puur natuur
Er bestaan ook natuurlijke polymeren, zoals DNA, zetmeel, eiwitten en natuurrubber. Dit worden ook wel biopolymeren genoemd.
Extraatjes
Door toevoegingen kunnen aan de kunststof bepaalde eigenschappen worden meegegeven. Zo zorgen weekmakers ervoor dat de kunststof (met name PVC) flexibel wordt. Stabilisatoren vergroten de duurzaamheid.
En als de aardolie opraakt?
Voor productie van kunststoffen zijn we niet afhankelijk van de beschikbaarheid van aardolie op lange termijn. Momenteel wordt reeds 35% van de kunststoffen gemaakt uit gassen (ethaan). In de toekomst kunnen we ook steenkool en aardgas gebruiken, maar ook plantaardig afval (bv. bladeren en stammen van rietsuikerplant) en zelfs algen. Dus ook als de laatste druppel olie is gewonnen, blijven kunststoffen bestaan om de mens te dienen.